Een van de dingen die je in een gezinsleven met jonge kinderen kunt vergeten, is rustig avondeten. Er is altijd wel iemand die iets niet lust. Vrouwlief is geneigd daar rekening mee te houden. Ondertekende heeft zoiets van: eten wat je voorgeschoteld krijgt. De middenweg is meestal het geval.
Vandaag was het macaroni dag. De oudste van zes keek ietwat teleurgesteld toen hij zijn vraag wat we gingen eten beantwoord kreeg, maar tollereerde het antwoord. Zich waarschijnlijk bewust van mijn reactie op commentaar van zijn kant. Bij de jongste lag het ietwat gecompliceerder: Madam schreeuwde en dreinde het hele huis bij elkaar omdat ze persé spaghetti wilden.
Ik voelde mezelf ietwat driftig worden, maar waarschijnlijk nog in de roes van 'vrede op aard' schoot ik in mijn schoenen en liep zonder iets tegen de rest te zeggen in galop naar de nabijgelegen supermarkt om een pak spaghetti te halen.
Eenmaal teruggekomen kon ik de slierten meteen in het inmiddels kokende water gooien en een kwartiertje later stond de -voor de jongste, want ondertekende en diens lief maak je daarmee niet vrolijk- overheerlijke spaghetti op tafel. Na een halve hap kregen we de mededeling dat ze het niet meer hoefde, dat ze buikpijn had, pijn in haar hartje en dat ze moe was.
Moe was ik ook. Van dat gezeur. Na het gebruikelijk gedreig en de waarschuwing dat er in haar mond geen hap van ander eten meer zou verdwijnen voor dat dát bordje verwerkt was, desnoods morgenvroeg, kreeg ik nadat de rest de hele maaltijd al verorberd had, een idee. Ik greep de telefoon en belde zogenaamd de ziekenwagen om de kleine draak op te komen halen. De herrie die toen uit huize Henricus Jacobus kwam evenaarde het geknal van het buurttuig van de afgelopen dagen. Als door een wonder getroffen bleken ineens alle ongemakken te zijn verdwenen. Op eentje na dan. Haar bordje met eten. Toen ze vroeg of ik echt gebeld had, antwoordde ik haar dat dat inderdaad het geval was en dat de dame aan de telefoon verteld had wat de enige oplossing voor dit probleem was: spaghetti eten.
Ze slikte mijn verhaal -en vooral de waarschuwing- net zo goed als vanaf dat moment de spaghetti. 85 minuten na het opdienen van haar bordje verdween eindelijk ook de laatste hap.
Morgen spruitjes ..........